De zaak
Volgens JCDecaux voldoet één van de modellen van RBL niet aan deze eis. Bij dat model is het zitelement bevestigd aan staanders, die dienen als “poten” voor het zitelement. Het zitelement “zweeft” niet en steunt op de vloer, aldus JCDecaux. De inschrijving van RBL had dan ook ongeldig moeten worden verklaard. Nu JCDecaux als enige geldig heeft ingeschreven, zou de opdracht aan haar moeten worden gegund.
De gemeente stelt dat JCDecaux de eis verkeerd uitlegt, of dat de eis voor meerdere uitleg vatbaar is en daarmee onduidelijk. In dat geval zou JCDecaux de opdracht ook niet gegund hebben gekregen en vanwege strijdigheid met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel zou de opdracht zijn heraanbesteed. De gemeente heeft daarom niet onrechtmatig gehandeld jegens JCDecaux, althans dit blijft zonder (rechts)gevolg nu er geen schade is aan de zijde van JCDecaux.
De rechter stelt dat centraal staat wat een behoorlijk geïnformeerde en oplettende inschrijver onder de gestelde eis heeft begrepen. Hierbij gaat het om de betekenis die naar objectieve maatstaven uit de bewoordingen volgt, gelezen in het licht van de gehele tekst van de aanbestedingsstukken (CAO-norm). De subjectieve bedoeling van de gemeente is dus niet van belang. Vervolgens concludeert de rechter dat de eis maar op één manier door een behoorlijk geïnformeerde en oplettende inschrijver kan zijn begrepen. “Zwevend” in de zin van de eis moet volgens de rechter in samenhang worden gelezen met de bewoordingen “het zitelement steunt niet op de vloer”. Hieruit volgt dat het zitelement boven de vloer (het sta-oppervlak) van de abri moet hangen of zweven.
Vaststaat dat één van de modellen van RBL niet voldoet aan de eis. De inschrijving van RBL had daarom ongeldig moeten worden verklaard, waarna JCDecaux als winnaar zou zijn aangewezen. De rechter stelt dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld tegenover JCDecaux. Als de gemeente niet onrechtmatig had gehandeld, zou de concessieovereenkomst met JCDecaux zijn gesloten en dan had JCDecaux daardoor omzet gehad. JCDecaux heeft daardoor recht op een schadevergoeding.
Juridisch kader
- Het transparantiebeginsel (artikel 1.9 Aw 2012) brengt de plicht met zich mee voor een aanbestedende dienst om de door hem gestelde eisen strikt na te leven.
Rechters aan het woord
Op grond van vaste jurisprudentie moet bij de uitleg van een eis worden uitgegaan van de zogenaamde ‘CAO-norm’ (arrest Gerritse/HAS). Bij de CAO-norm zijn de bewoordingen van de bepalingen, gelezen in het licht van de hele tekst, in beginsel van doorslaggevende betekenis. Het komt daarbij aan op de betekenis die – naar objectieve maatstaven – volgt uit de bewoordingen die in de aanbestedingsstukken zijn gehanteerd.
In het arrest Succhi di Frutta formuleerde het Hof van Justitie van de EU een vergelijkbare norm: het transparantiebeginsel impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de procedure in de aanbestedingsstukken worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen, deze op dezelfde manier interpreteren en de aanbestedende dienst kan nagaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de gestelde eisen.
Uit het arrest Storebaelt van het HvJ EU volgt dat een inschrijving die niet geheel voldoet aan de technische specificaties (een onregelmatige of ongeldige inschrijving), moet worden afgewezen.
Tips en Adviezen
- Wees duidelijk en ondubbelzinnig bij het formuleren van eisen. Schrijf precies op wat je wilt en waarom. Licht je bedoelingen als aanbestedende dienst duidelijk en ondubbelzinnig toe.
- Het verdient de voorkeur om opdrachten functioneel te omschrijven, aangezien daardoor de nadruk komt te liggen op het doel van de opdracht in plaats van op de te leveren producten. Bovendien wordt hierdoor ruimte gecreëerd voor innovatieve oplossingen.
- Controleer voor gunning zorgvuldig of de winnende inschrijver daadwerkelijk voldoet aan alle gestelde eisen en wees streng als dat niet het geval blijkt te zijn. Ten onrechte gunnen aan een inschrijver die niet aan de eisen voldoet kan achteraf leiden tot een schadeclaim van een inschrijver die daardoor ten onrechte een opdracht misloopt.
- Documenteer het onderzoek naar de juistheid van de offerte van een inschrijver zorgvuldig, zodat achteraf controleerbaar is op welke gronden de aanbestedende dienst tot het oordeel is gekomen dat de inschrijver al dan niet voldoende heeft aangetoond dat hij zijn inschrijving kan waarmaken.
- Vraag als aanbestedende dienst partijen die twijfels uiten over de geschiktheid van een (andere) inschrijving hun stellingen zo concreet mogelijk te onderbouwen aan de hand van bewijsstukken.